In de jaren ’90 van vorige eeuw werd er in de Notelaarstraat jaarlijks een feest gevierd met alle bewoners. Voor de meesten betekende dat geen feestdag, maar een feestdriedaagse.
Dag één: alles klaarzetten — wat vanzelfsprekend eindigde in een feestje.
Dag twee: het échte feest.
Dag drie: opruimen… voor wie nog recht kon stappen. En daarna gingen we uiteraard ook niet meteen naar huis.
Voor de tweede uitgave hadden we plots het lumineuze idee om een ‘straatlied’ te componeren. Met een paar grove schetsen werd een liedjesdoek gecreëerd en een aantal bewoners werden erin opgenomen. Het was een regelrechte hit en het werd een jaarlijks gebeuren om dit lied ten gehore te brengen, telkens wanneer er een activiteit was in de straat. En activiteiten waren er genoeg.
Feestjes werden er gebouwd — meestal tot in de kleine uurtjes. Dat kon toen nog: niemand uit de omliggende straten die klaagde, geen politie aan de deur… integendeel, passanten kwamen “toevallig” eens piepen en bleven vervolgens met veel plezier plakken. Want: hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Het was ook niet niks — “VTM” is er nog geweest en zelfs de “sjiependeels” hebben daar nog opgetreden.
Helaas komt er aan alle mooie liedjes een eind en tegen de eeuwwisseling werd het moeilijker om alles geregeld te krijgen. Veel van de organisatoren werden een dagje ouder en tot spijt van velen moesten we afbouwen. Toch werd tijdens kleinere bijeenkomsten nog steevast het straatlied gezongen.
En plots gebeurde wat niemand voor mogelijk gehouden had: het liedjesdoek verdween op mysterieuze wijze. Wie, wat, waar of hoe zijn tot op heden nog steeds een raadsel. Kunstkenners beschouwen het, naast de diefstal van het Lam Gods, als een van de grootste kunstdiefstallen van de eeuw 😊
Gelukkig hebben we er nog een fotootje van. Ah ja, en de tekst? Die houden we liever exclusief voor de ingewijden, want wat in de Notelaarstraat gebeurt… blijft in de Notelaarstraat.


Was dat op de toon van in Essen ( paardenshow) : ” is dat hier een plaatsje vrij, ja…..
wie weet da jong?
Gij, want gij stond dat te zingen.